Jeu de boulesbaan Reageren uitgeschakeld

Hij ligt klaar voor u, knus tussen Gouwestein en de Noorderstraat.  Begin mei zijn de werkzaamheden afgerond, maar het weer weigert vooralsnog mee te werken.  Zaterdagmiddag, tijdens de Dag van het Park heb ik in mijn eentje onder een dun zonnetje de eerste ballen gegooid. Dat is me prima bevallen, de ervaringen uit Frankrijk zo’n veertig jaar geleden opgedaan, kwamen nog goed van pas. De foto toont één van mijn resultaten.

We hebben afgesproken dat de baan officieel ingewijd wordt op zaterdag 22 juni, tijdens het feest om te vieren dat de werkzaamheden in het Rode Dorp en de riolering met de Winterdijk succesvol zijn afgerond. Over dat feest leest u elders in deze wijkkrant.  Een team met de drie sponsors: stichting Jac. Bezemer, Gouwestein en wijkteam neemt het op tegen drie bewoners van de wijk.

Vervolgens gaan we tijdens deze zomer een competitie spelen met teams die u zelf mag opgeven.  Ik denk aan straatteams, waarbij een team van drie spelers een straat vertegenwoordigt. Maar ook Gouwestein kan natuurlijk één of meer teams afvaardigen, en zelfs een gezin mag zich als team inschrijven.  Een team bestaat uit drie spelers. Opgeven kan met een mailtje naar Irene Tielman i.tielman@gmail.com. We gaan Gouwestein vragen of zij een plekje hebben waar we wat materiaal kunnen opslaan.   

De spelregels

De spelregels zijn vrij eenvoudig. Als een team uit drie spelers bestaat heeft iedereen twee ballen, met twee spelers zijn dat drie ballen. Het is niet nodig dat die ballen officieel geijkt zijn, maar ze moeten wel van staal zijn en tussen de 650 en 800 gram wegen.  Er wordt gespeeld (gegooid) vanaf één van de smalle zijden, net in de bak. De speler die gooit staat in een zelfgemaakt kringetje.  Eerst wordt het kleine balletje gegooid (de but of cochonnet), op een afstand tussen de zes en tien meter, een beetje in het midden. Dan volgt de eerste boule door dezelfde speler. Vervolgens probeert de andere partij een boule dichterbij de but te gooien. Als dat lukt is de beginnende partij weer aan de beurt, een partij blijft aan de beurt zolang ze geen bal dichterbij heeft gekregen. De volgorde van de spelers binnen een team is vrij, je kunt bijvoorbeeld eerst allemaal één bal gooien, maar in de praktijk zal blijken dat sommigen beter zijn in het plaatsen (pointeur) en anderen beter in het wegketsen van een boule van de tegenpartij (tireur) die vervelend dicht bij de but  ligt, want dat mag ook.   Als een boule de rand van de bak raakt telt hij niet meer mee. Als iedereen twee ballen heeft gegooid, je mag je boule niet aan een teamgenoot geven, is het potje klaar.  Dat potje wint het team dat een bal het dichtst bij de but heeft liggen, wat één punt oplevert. En daar komen nog punten bij als ook de volgende boule dichterbij ligt dan de beste boule van de tegenstanders. Een team kan in één potje dus maximaal zes punten verdienen. De partij is afgelopen als een team dertien punten heeft behaald.

Als tijdens een potje de but geraakt wordt en wegrolt gaat het spel gewoon door, ook als de afstand daardoor meer dan tien meter wordt.

In onze zomercompetitie gaat een wedstrijd tussen twee teams uit drie partijen bestaan met als uitslag  3 -0  of 2 – 1.  De zo verdiende punten tellen we bij elkaar op.